Wat doe je als coach als het schema faalt?

De meeste coaches programmeren vermoeidheid..

wanneer het plan belangrijker word dan de stimulus dan train je voor vandaag, niet voor wat je morgen nog kunt.

(Praktijkvoorbeeld)

Een professionele sporter traint power in de squat.

Target: 1.00–1.03 m/s bij 80 kg (velocity-based training).

Week één: het target wordt consistent gehaald. Week twee: de atleet voelt zich sterk.

Objectieve meting: de velocity daalt naar 0.93–0.95 m/s.

Geen klachten, geen zichtbare techniek fouten, maximale inzet. En toch levert het systeem minder vermogen.

Hier zit het onderscheid tussen uitvoeren en managen.

Je kunt als coach zeggen: “80 kg staat op het schema.”

Of je stelt een andere vraag: “Is de beoogde stimulus nog intact?” “Wat was het doel van deze training?” “Wat moet ik aanpassen om dat doel wél te behalen?”

Wij kiezen voor het tweede.

Load reduceren naar 75 kg. Velocity terug naar 1.01 m/s. Powerstimulus behouden. Vermoeidheid gemanaged. Doel gehaald.

Dit is geen voorzichtigheid. Dit is coachen.

Door het gewicht gericht te verlagen, behouden we het doel van de training. We creëren minder neuromusculaire vermoeidheid en versnellen het herstel. Zo tikken we de boxen af die voor ons belangrijk zijn:

  1. Het doel van de oefening waarborgen

  2. De sporter beschikbaar houden voor training, herstel en progressie

  3. Techniek behouden zonder prestatiedaling

  4. duurzaam resultaat

Niet trainen voor vandaag. Maar voor wat je morgen nog kunt.

De vertaalslag naar de recreatieve sporter

Dit principe geldt niet alleen voor professionele sporters

Juist de recreatieve sporter heeft hier het meeste baat bij.

De sporter die:

  • 2 tot 3 keer per week traint

  • Werkstress ervaart

  • Onregelmatig slaapt

  • Daarnaast ook nog wil hardlopen of padellen

Waneer de output daalt en je blijft pushen programmeer je geen progressie. je programeert vermoeidheid. Trainen met de recreatieve sporter gebeurt niet in isolatie. Trainen gebeurt binnen een leven.

Wat wij vaak zien, is dat elke recreatieve sporter ineens een weightlifter of HYROX-atleet moet zijn. Elke training maximaal, elke sessie zwaar, elke week pieken en spierpijn als de ere medaille van je training.

Begrijp me niet verkeerd: hard trainen is mooi. Wij houden er zelf ook van.

Maar zonder voldoende belastbaarheid is het vragen om problemen.

Juist de recreatieve sporter heeft soms baat bij een stap terug. Omdat consistentie uiteindelijk meer oplevert dan twee weken pieken.

Slim doseren levert meer op

Voor spiergroei blijkt uit onderzoek dat trainen met 1–3 herhalingen in reserve (RIR 1–3) vaak net zo effectief is als trainen tot falen. Maar met minder systemische vermoeidheid.

Dat betekent:

  • Betere techniek

  • Betere herhaalbaarheid van sessies

  • Hogere trainingsfrequentie

  • Duurzamere progressie

Voor de recreatieve sporter is dat essentieel.

Want progressie ontstaat niet door maximale uitputting. Progressie ontstaat door herhaalbare kwaliteit.

Dat vraagt om een strategische blik van de coach.

Bij RISE maken we daarom dagelijks gebruik van ons eigen R2R-model. Soms bewust via metingen en data. Soms onbewust via ervaring en observatie. Maar altijd met dezelfde vraag:

Wat heeft dit systeem vandaag nodig om morgen sterker terug te komen?

Binnen RISE leren we coaches juist daar het verschil te maken: in het moment waarop het plan niet meer klopt.

Previous
Previous

7x Nederlands kampioen.